Dag 8 Granada (teveel km)

Zaterdag 19 oktober 2019Op een van mijn wandeldagen deze week zat ik wat te rusten bij een kapelletje net buiten een dorp. Wat later kwam daar ook een vrouw om te bidden. We spraken elkaar kort en toen ze hoorde dat ik helemaal alleen onderweg was noemde ze me “valiente” (dapper).Later las ik een reactie van een van mijn volgers die het “dapper” noemde dat ik besloten had te stoppen met de Camino Mozarábe. Twee keer een zelfde benaming maar wat een andere invulling en vanuit een totaal ander perspectief. De persoon bij de kapel was (dit is een voorzichtige inschatting) misschien nog nooit ver buiten haar dorp (provincie) geweest. Ik hoor ook haar angsten en onzekerheden in het compliment dat ze me geeft. Misschien zitten achter het compliment om te stoppen ook wel onzekerheden en angsten verborgen. Toch meen ik daar ook een ervaringsdeskundige te horen die snapt dat het niet gemakkelijk hoeft te zijn om zo’n beslissing te nemen.Wanneer ben je eigenlijk “dapper”? Als ik op internet de betekenis op zoek in een woordenboek staat daar: als je iets nuttigs durft te doen dat veel anderen niet durven.
Dat laatste is waarschijnlijk de betekenis die de biddende mevrouw bedoelde. Maar is het nuttig, zo’n pelgrimage? Voor mijzelf zeker wel. Ik heb geen verplichtingen, beweeg voor mijn geestelijk en lichamelijke gezondheid, bekijk van een afstand mijn allerdaagse leven en leer mezelf nog beter kennen. En dit keer vooral mijn lichamelijk (on)vermogen. En dat is zeker nuttig. Ik heb weloverwogen mijn grenzen ondervonden en (na enig uitstel) ook aanvaard.Een andere betekenis van dapper is: geen angst voor gevaar. Volgens mij gaat het hier letterlijk om het woordje “voor”. Voor gevaar dat er kán zijn of kán komen. Dat je angst zou hebben om gevaar lijkt me logisch. Bij een gevaarlijke situatie hoort een natuurlijke dosis angst. Maar als die gevaarlijke situatie er (nog) niet is hoef je dus ook niet angstig te zijn. Waarom? Misschien vond de biddende mevrouw me daarom wel dapper; om wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Ik heb nu al drie jaar op een rij een (gedeeltelijke) Camino gelopen en als iets me duidelijk is geworden dan wel dat er bijna nooit iets gebeurt wat dapperheid vereist. Wel een dosis (zelf)vertrouwen, doorzettingsvermogen en conditie.Ik heb genoten van de dagen dat ik alleen onderweg was. De avonden alleen, vooral tijdens het eten, zijn alles behalve leuk. Maar dat was maar voor een week en dus te overzien. Ik kijk uit naar het vervolg van deze Camino. Een uitgebreid bezoek aan Granada zal daar zeker onderdeel van zijn. Tot die tijd oefen ik mijn voet- en beenspieren én natuurlijk mijn Spaans.¡Hasta la proxima!

Dag 7 La Calahorra – Jérez del Marquesado (11 km)

Vrijdag 18 oktober 2019

Net als gisteren was het vanochtend erg koud; rond de 8 graden. Dat betekent de eerste paar uur veel kleren aan en dus een lichtere rugzak. Het eerste stuk is eerst een afdaling en dan weer omhoog richting Alquife dat 6 km verder op ligt. Wanneer ik net buiten La Calahorra ben zie ik op mijn pad zo’n uitgedroogde losse struik liggen die je in cowboyfilms altijd over de prairie ziet waaien. Deze is best groot. Leuk om te zien hoe mooi rond die zijn en hoe licht, helemaal voorzien van kleine doorntjes.Na een half uur lopen zie ik als ik omkijk nog steeds het mooie kasteel boven op de heuvel liggen.Het is fijn wandelweer ook al is het koud. Mijn voet wil echter vandaag niet zo. Gisteren ging het zo goed. Ik heb toen ’s avonds nog een heel stuk door het dorp gewandeld, op mijn Teva’s, en dat heeft me misschien wel genekt. De pijn is verschoven naar de buitelkant van mijn voet en hoe verder de ochtend vordert hoe meer de pijn langs mijn hele onderbeen omhoog kruipt.Ik loop over een overhard pad in een open landschap met hier en daar amandelbomen of lege akkers. Op de achtergrond is altijd de Sierra Neveda aanwezig. Net voor Alquife tref ik een groot informatiebord aan waarop wordt uitgelegd dat er hier gemijnd wordt. Tot 1996 werd hier ijzererts gewonnen en men is met voorbereidingen bezig om de productie eind dit jaar of begin volgend jaar weer te starten maar nu economische en ecologisch duurzamer. Men wel een ijzererts produceren met een lager aluminiumoxidegehalte. Vandaar dus dat gigantisch gat in de grond.Als ik aankom in Alquife neem ik rustig de tijd om een bakker en kruidenier te zoeken, me van wat kleren te ontdoen en mijn voet rust te geven, tijdens het eten van twee hard gekookte eitjes. Daarna kan ik er weer tegen denk ik. Als ik het dorp net heb verlaten realiseer ik me dat ik mijn slaapplaats voor vanavond nog niet vast heb liggen. Ik besluit te bellen vanuit het volgende dorp zo’n 5 km verderop. Hier is de ontvangst niet geweldig.Tijdens die 5 km schieten mijn gedachten van links naar rechts, van boven naar beneden en van voor naar achter. Hoe slim is het om door te lopen als je zoveel pijn hebt? Misschien wordt de ondergrond straks beter? Misschien ook niet! Als ik nu weer eens mijn tempo terug neem? Als ik nu “gewoon” eens stop?Het is een flinke afdaling en klim naar boven voordat ik Jérez del Marquesado bereik. Ik twijfel of ik het gemeentehuis zal binnen lopenvoor hulp. Welke hulp? Als ik wil stoppen kan ik toch zelf kijken of er een bus loopt! Google geeft aan dat er in deze plaats een bushalte is. Ik vraag even na of hier een bus komt en die blijkt er over 3 uur een te komen. In die tijd kan ik ook 7 km overbruggen tot het volgende dorp. Kan ik dat? Is dat verantwoord? Ik neem plaats op een terras en overdenk het e.e.a.en hak de knoop door. Ik stop!Ik zoek een mooi uitzichtpunt op, kies en schaduwplekje, eet eerst rustig mijn brood op en zoek dan uit waar ik met de bus naartoe wil gaan. Het blijkt dat deze bus (bijna) rechtstreeks naar Granada toe rijdt. Daar vandaan heb ik voor morgenavond een busticket naar Almería terug. Dat is mooi. Ik regel een hostel in Granada voor vanavond en heb dan tot morgenavond de tijd om Granada te bezichtigen. Hoe ik dat ga doen, dat zien we morgen dan wel weer.Eerst even een hapje eten.

Dag 6 La Huertezuela – La Calahorra (19 km)

Donderdag 17 oktober 2019Een foto verslag van uur tot uur.Zonsopkomst rond 8 uurEen steeds smaller wordende rivierbedding. (rond 9 uur)Een stokoude kastanjeboom (tegen 10 uur)Een dal vol amandelbomen (11 uur)Huéneja (12 uur)Een prachtig weids landschap (1 uur)Uitgebreide rustpauze in Ferreira ( tegen 2 uur)Een mooi kasteel in de verte (3 uur)Uitzicht vanaf de kamer van mijn hostal (4 uur)5 en 6 uur (zonder foto’s) Douchen, wasje wassen en even met de benen omhoog.Nog een rondje door het dorp (tegen 7 uur)Kijken waar ik morgen naar toe zal lopen en of daar overnachtingsmogelijkheden zijn (8 uur)Onder het genot van een “vino tinto” mijn blog bijgewerkt (9 uur)

Dag 5 Ocaña – La Huertezuela (22 km)

16 oktober 2016Na een goede nachtrust verlaat ik rond half negen vol trots de herberg; ik heb zojuist voor het eerst in mijn leven telefonisch een kamer gereserveerd voor vannacht. In het Spaans wel te verstaan! Na de pijn in mijn hiel heb ik gisteren mijn route richting Granada nog eens heel goed bekeken en besloten iedere dag ongeveer 20 km te lopen. Ik ga in deze week Granada toch niet halen dus een etappe meer of minder doet er ook niet toe. Vandaag kan ik dus overnachten in een klein gehucht genaamd La Huertezuela.Via de welbekende rivierbedding loop ik over een afstand van 6,5 km naar Abla. Daar bezoek ik een apotheek want ik heb van mijn bloglezers wat goede tips gekregen. Waarvoor allemaal bedankt! Ik koop “hakjes” voor onder mijn hiel en ik moet zeggen dat Tempo zich inderdaad beter bezig kan houden met verkoude neuzen en waterige ogen want uiteindelijk loopt dit heel wat beter. Het heeft even wat voeten in aarde (?!) voordat ik heb gevonden dat ze het fijnste voelen als ze ónder mijn inlegzooltje zitten. Dat voelt goed! Zelfs zo goed dat ik op de geasfalteerde weg waar in soms ook op loop zonder mijn stokken durf. Een stuk van de route waar ik nu over loop heet de Camino Real. Waarom dat zo is kun je hopelijk op onderstaande foto lezen.Ik passeer dus inderdaad verschillende gehuchtje maar ook het mooie stadje Fiñana dat als een witte vlek tegen en op de berghellingen ligt.Als ik net aan de klim naar boven begin komt een herder met zijn kudde mij tegemoet. Even wachten maar. De twee honden kijken me ook even aan wanneer ik midden in de kudde terecht kom.Wat een geur zeg….. In het stadje bestel ik wat tapas als lunch met in ieder geval weer een heerlijke salade. Ik heb op verzoek van mijn “huisbaas” José laten weten dat ik verwacht rond vier uur bij hem te zijn. Het dorpje uitkomen is nog een hele klim. Eerst nog verder stijl omhoog daarna een flinke afdaling tot…de rivierbedding.Ik hoor je denken: wat saai, steeds hetzelfde. Maar dat is niet zo. Je kunt de bedding zien als een karrenspoor met daar omheen verschillende landschappen. Deze zandweg is alleen niet gemaakt door een kar met paard en wagen maar door Río Nacimiento. Langs de (zand)weg soms dus kleine dorpjes of verlaten boerderijen, huizen, gebouwen. Soms al heel erg oud.Bij een ervan was zelfs nog een werkend aquaduct.Tegen vier uur bereik ik het dorp van mijn overnachting maar het adres ligt een halve km buiten het dorp. Wanneer ik er bijna ben stopt er een 4-wheel drive met daarin een man en een vrouw: José en zijn echtgenote. We rijden nog een klein stukje en komen dan aan bij een serie appartementen die als het ware in de rotswand liggen. Ik krijg de sleutel van huis C. Ik heb drie slaapkamers tot mijn beschikking, een badkamer, keuken/zitkamer en…een overdekt zwembad.Na een duik, weer terug naar het dorpje voor boodschappen. Ik maak een praatje met de eigenaresse van de supermarkt (ja, ja) en ga terug naar huis voor een diepvries paëlla (zonder rijst) die verrassend goed smaakt. Al met al een hele fijne dag, vooral omdat de verhoging onder mijn hielen zo’n goed effect hebben.

Dag 4 Alboloduy – Ocaña (23 km)

15-10-2019

Eerst bij Café Bar Luis Peña een ontbijt gegeten. Niet te geloven dat zoiets hier, inclusief koffie, maar € 2,- kost.

Als ik buiten kom spreekt een heer op leeftijd mij aan. Of ik de Camino loop? “Si”. Dan legt hij even uit hoe ik moet lopen. Een aantal keren hoor ik rechts en links en samen met de gebaren erbij is het goed te volgen…alleen teveel om te onthouden. Gelukkig staan er bordjes en pijlen. De zon is nog aan het opkomen en dat geeft altijd mooie plaatjes.

Buiten het dorp kom ik meteen weer parallel te lopen met de rivierbedding. Het duurt echter niet lang of ik loop er weer in.

Er is een groot verschil met gisteren en eergisteren. Hier geen van steen gebouwde wanden langs de kant om gewassen en mensen te beschermen tegen het water. De bedding volgt hier de natuurlijke stroming van het water. Tussen rotswanden door en hier en daar een flinke bocht met cedimenten. Maar ook hier is nu geen water te bekennen. Wel veel bamboe. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat dit hier een inheemse plant is. Maar er staat veel, heel veel.

De bedding is eigenlijk gewoon een weg geworden. Links en rechts hier en daar een volkstuintjes. Nu met citrusfruit en olijven. De takken zijn soms zo zwaar dat ze doorhangen.

Ik heb deze ochtend last van mijn hiel, veel last. Een stekende pijn. Ik heb mijn stokken al gepakt en die gebruik ik normaal nooit op vlakke stukken. Op mijn tenen lopen geeft zeker verlichting maar houd dat maar eens 20 km vol. Wat is wijsheid? Luisteren naar je lijf, natuurlijk. Ja mooi gezegd,maar ik loop hier in the midle of nowhere. Ik kan hier toch zo maar niet stoppen. Trouwens is dat eigenlijk niet wat een Camino is: afzien! Geestelijk en lichamelijk je grenzen opzoeken.

Of ben ik nu eigenwijs? Dan kom ik op het punt waar ik omhoog moet. De bedding uit, de berg op. Wie weet geeft deze manier van lopen (klimmen) wat verlichting. Maar nee hoor, waar mijn focus ook ligt, bij geluiden, bij het klimmen, bij het uitzicht, ik word steeds weer met mijn neus op het NU gedrukt. Pijn, pijn, pijn. De pijn verdwijnt zodra de druk van de hak af is. Als ik dan weer begin te lopen is de pijn na een paar passen weer terug. Wanneer ik boven aan kom is daar een asfaltweg. Ik zou natuurlijk ook kunnen liften. Maar ik heb het gevoel dat ik mijn opties om door te gaan nog niet allemaal heb bekeken. Ik neem plaats in de berm en bedenk wat ik allemaal in mijn rugzak heb zitten. Tee-tree oil, pleisters en Ibuprofen. De laatste twee zijn (nog) geen optie. Maar de Tee-tree oil misschien wel. Ik smeer mijn hak goed in en blijf nog lekker even uitrusten. Ook vouw ik een papieren zakdoekje dubbel en dat leg ik onder de hiel van mijn inlegzooltje. Misschien komt er daardoor wat meer druk op mijn voorvoet en wat minder op mijn hak.

Wanner ik weer start is tot mijn verbazing de pijn minder. Ook na 10 minuten. Hij is er nog wel maar nu niet meer alles bepalend. Ik word er meteen blij van. Van “wat is wijsheid” ging ik naar “eigenwijs” om tenslotte uit te komen bij “eigen wijsheid”.

Boven op de berg loop ik een tijd over een soort hoogvlakte en daarna begint de afdaling. In de verte staan veel windmolens. De wind is hierboven dan ook goed te voelen.

De afdaling gaat blijkbaar over privéterrein maar Caminogangers mogen er wel door. Mooi! Onder in het dal is het groen en ik zie een grote kudde geiten of schapen. Ook hoor ik in de verte honden blaffen en een man naar de honden en/of zijn kudde schreeuwen.

Het afdalen gaat goed. Ik steun extra op mijn stokken maar zorg er wel voor dat ik mijn voeten gelijkelijk blijf belasten. Onderaan in het dal staat een paal met daarop 50 km. Eerst denk ik aan een grap maar dan realiseer ik me dat hier de 50 km grens vanuit Almería is. Onderweg ontmoet ik Nya, een jonge man uit Wales. Hij is onderweg van Granada naar Almería. We kletsen wat en wisselen ervaringen uit. Leuk, mijn eerste echte ontmoeting met een pelgrim tijdens deze Camino.

Een heel stuk het dal door lijkt het wel of ik in de jungle terecht kom. Alles is hier overwoekerd met bamboe. Het pad is nog nauwelijks te zien.

Na 13 km kom ik aan in Nacimiento. Hier besluit ik een lange rustpauze en en uitgebreide lunch te nemen. Na het pakjes en blikvoer van gisteren ben ik toe aan groenten. Ik bestel een gemengde sla en een portie vlees. De serveerster vraagt of het een grote salade mag zijn. Ja lekker!

En dat was het, heerlijk. In de salade zitten rode paprika’s, nootjes maar ook kaas en olijven. Mijn Spaans en mijn hongerige blik hebben hun uitwerking niet gemist.

Na de lunch meldt mijn hak zich weer, helaas. Niet zo heftig als vanochtend maar toch meer dan voor de lunch. Dan maar flink terug in tempo, kijken of dat wat doet. En ja hoor na een kwartier trekt de pijn weer meer naar de achtergrond. En zo,met dit rustige tempo maak ik de route tot aan de herberg af. Dat had ik vanochtend niet kunnen denken.

In het dorp vraag ik naar de herberg nemen wijst mij de weg. Een kleine herberg met alles erop en eraan. Helaas geen keuken dus dat worden wat crackertjes met kaas en als toetje nog een yoghurt van gisteren. Gelukkig heb ik vanmiddag mijn buik vol gegeten.

En nu naar bed. Rust voor lijf en leden.

Dag 3 Rioja – Alboloduy (25,5 km)

14-10-2019

Omdat ik vandaag ongeveer 25 km zou moeten lopen met nogal wat hoogte verschillen ben ik rond 7 uur opgestaan. Mijn rugzak ingepakt, alles in de herberg netjes achter gelaten en op zoek naar een barretje voor een ontbijt. Wanneer ik bij de herberg de hoek om loop staat daar al (het is nog schemerig) een marktkraam met groente en fruit. Een banaan en een sinaasappel voor onderweg, lekker. De mannen bij de kraam willen een gesprek met me aangaan maar dat is echt niet mogelijk voor mij. Ik kom niet verder dan uitleggen dat ik uit Nederland kom. Hierop zegt één van de mannen tegen een ander: “…. bla bla…en kan niet eens Spaans spreken…bla…bla…”. Dat kleine stukje verstond ik dan weer wel en ik verdedig me door te zeggen dat ik het een heel klein beetje spreek. Maar goed, duidelijk niet genoeg voor een gesprek met deze heren.

Tegenover de bar waar ik gisteren heb gegeten is, verstopt in een klein straatje, een leuke bar waar ik mijn ontbijt bestel en opeet. Dan kan de tweede dag beginnen.

Het is nog stil op straat, heel stil. De zon is er nog niet echt en ik ben al snel het dorp uit.

Als de zon er door komt is mijn schaduw nog lang en de lucht nog heerlijk koel. Ik loop in T-shirt en korte broek en het voelt heerlijk. De weg loopt weer tussen enorme boomgaarden met citrusvruchten door. Hier en daar een schuur, een huis of een villa tussen de bomen. Mensen zie ik weinig.

Na een tijdje kijk ik uit over een dal met daarin weer een rivierbedding. Hier zie je goed dat het dal vol is gepland met bomen of met kassen. Hierin groeien bijvoorbeeld tomaten.

De route is niet spectaculair maar heerlijk rustig en nog lekker koel. Een groot deel van de ochtend is het ook bewolkt en dat vind ik helemaal prima. Mijn gedachten springen, zoals heel vaak, van de hak op de tak. Ik merk echter dat ik veel met die opmerking van die marktkoopman bezig ben. Ik heb de afgelopen 1,5 maand dagelijks minstens een half tot één uur Spaans geleerd. En dat is niet de eerste keer. Dit doe ik al vanaf 2016 toen ik mijn eerste Camino liep. Inmiddels ken ik ruim 1200 woorden en/of korte eenvoudige zinnen. De woordenschat van een 2-jarige zeg maar. Maar die Spanjaarden praten zo snel en aan de vervoegingen van werkwoorden ben ik nog niet helemaal toegekomen. Tijdens het wandelen houd ik hele gesprekken met denkbeeldige personen. Ze hebben geduld, praten bijna niet maar luisteren naar wat ik te vertellen heb. Ik ben dan best trots op mezelf.

Na een tijdje passeer ik het mooie plaatsje Santa Fe de Mondujar en neem even de tijd om mijn route te bestuderen. Hmmm er staat me wat klimwerk te wachten en het volgende dorp is 8 km verder op. Inmiddels is ook de zon weer doorgebroken. Oké, terug naar het dorp voor water, brood en een kopje koffie.

En klimmen moet ik! Inmiddels is het ruim 26 graden dus als ik mijn eerste bultje heb genomen ben ik al aardig verhit. Op naar de tweede en derde klimpartij. Dit is even wat anders dan gisteren of vanochtend. Maar uiteindelijk eet ik mijn broodje boven op de top met een geweldig uitzicht.

Ook later in de middag stop ik in Alhabia voor een grote rustpauze. De afdalingen waren pittig tot zeer stijl en mijn benen zijn toe aan wat rust. Op de kaart zie ik dat ik vanaf hier weer een rivierbedding volg. Niet er doorheen maar via een asfaltweg die er naast ligt. Niet bijzonder en zelfs saai maar voor mijn benen en voeten is de gelijkmatigheid van de lopen wel heel fijn.

Deze weg moet ik nog ruim anderhalf uur volgen, eerst over de rechter oever later over de linker oever. Om de sleur wat te doorbreken luister ik met mijn oortjes in naar muziek, dat doet de tijd wat sneller gaan. Wat ik ook doe is kinderen onderhouden. In mijn verbeelding dan. Ik luister muziek van de film “How to train your dragon”. De film zelf heb ik nooit gezien maar vroeger leerde ik mijn kinderen luisteren naar “zelf-verzin-muziek” en met dat concept kom ik een heel eind. De kinderen waarmee ik fantaseer hebben alleen het Spaanse woord “dragón” nodig en maken samen met mij het verschil achter de muziek. Zie je wel dat ik Spaans ken.

Als ik nog 2 km moet wordt de lucht echt donker en ben ik erg moe. Ik ga languit op het muurtje liggen met de rugzak onder mijn benen. Muziek in mijn oren, ogen dicht en lekker uitrusten…tot de eerste druppels vallen. Ik sta op, trek de regenhoes over mijn rugzak en verbaas me erover dat er al niets meer valt. Oké, nog even doorbijten en dan ben ik bij de herberg. Was het vanochtend nog windstil nu waait het stevig. Dat maakt de temperatuur ook weer draaglijk.

En dan ligt daar Alboloduy. Met net achter de kerk mijn herberg. Even klungelen met de sleutel en dan wordt ik ontvangen door een beheerder die me wijst waar de bedden, de douche, wc en het keukentje is.

Eerst even uitrusten dan douchen, wasje wassen en ophangen, boodschappen doen en een plekje zoeken om te eten. Ik ben te moe om zelf te koken en de supermarkt hier heeft niet zoals onze AH kant en klare salades. Jammer.

Nog meer jammer. Het is maandag en alle eetgelegenheden zijn hier gesloten (zelf gevraagd én het antwoord begrepen). Zie je wel dat ik Spaans ken. Dan maar mijn reserve voorraad aanspreken. Een soort Cup-a-soup en een salade met tonijn én olijven uit blik. Ik heb ook nog wat brood en wat yoghurt. Dit laatste eigenlijk voor morgenvroeg maar dat zien we dan we weer.

De soep (el sopa) is niet te eten! Ik kan het dan weer wel zeggen! En de salade (la ensalada) gaat er mee door. Het toetje (el postre) is delicioso!

Estoy listo para dormir!

Hasta mañana!

Dag 2 Almería – Rioja (18,4 km)

13-10-2019

De eerste etappe van deze Camino zit er op. Na het ontbijt heb ik toch maar besloten om de korte route van vandaag te beginnen bij de kathedraal. Daarvoor moet ik eerst weer ruim een half uur maar het centrum lopen. Ik kom hier niet om een stempel te krijgen maar om me binnen de stadsgrenzen vertrouwd te laten worden met de bewegwijzering van deze route. De is namelijk anders vertellen de gegevens van de Asociación Jacobea de Almería – Granada. Ik moet op dit teken letten (rechts in beeld).Er staat ook bij dat ik me niet moet laten misleiden door alleen maar gele pijlen geschilderd op muren of bestrating. Het is weer even wennen en ik mis hier en daar de speciale bordjes. Gelukkig heb ik een GPS-bestand dat me steeds weer terug brengt maar de uitgezette route. In eerste instantie is het nog rustig op deze zondagochtend.Zelfs op de ramblas zijn nog weinig mensen te bekennen. Niet veel later hoor ik een helikopter en zie ik bij een kruispunt een aantal agenten staan. Ook de helikopter blijkt van de politie te zijn. Oei… Er is een brede straat afgezet en mensen blijven staan om te lijken wat er gebeurd. Ergens achteraan in de straat zie ik 2 mensen hardlopen maar die hebben sportkleding aan. Ik concludeer dus dat het om een marathon of zoiets gaat.Zoals meestal duurt het lang voordat je de stad uit bent. Het industriegebied van Almería gaat naadloos over in dat van Huercal de Almería 6 km verderop. Hier stop ik voor een kopje koffie. De bakker die twee deuren verder zit bezorgd me een heerlijk brood voor onderweg, nou ja, ik bestel het daar. Wanneer ik een stukje buiten dit dorp ben moet ik een rivierbedding volgen. De zon staat hoog aan de hemel en de lucht is blauw. De thermometer geeft aan dat het 25 graden is maar zonder wind en zonder schaduw voelt het veel warmer. In de stad kon ik nog de schaduw van de gebouwen opzoeken hier zit er weinig anders op dan mijn pet, zonnenbril en zonnenbrandcreme te gebruiken. Een paar weken terug is hier erg veel wateroverlast geweest. Hier en daar zijn daar nog sporen van te vinden.

Uitgedroogde, gebarsten, chocolade bruine aarde. Veel takken die zich ophoopten rond grote stenen e.d. De ondergrond is wisselend om over te lopen, soms lekker stevig, soms over grote keien of over heel fijn, stoffig zand of zand waarin je wegzakt zoals op het strand. Mijn ogen zoeken de meest stabiele ondergrond en mijn voeten en kuiten geven af en toe aan dat schijn bedriegt. In het kleine dorpje Pechina eet ik mijn broodje op. Op het pleintje zitten wat oude mannen bij elkaar in de schaduw. Voor mij is er gelukkig ook nog een plekje uit de zon maar tijdens het eten kruipt de zon steeds hoger langs mijn benen omhoog.Dan maar weer op pad want lopen in de warmte voelt beter dan stil zitten. Het is zondag en alles is inmiddels gesloten behalve een piepklein winkeltje in een achteraf straatje. Twee meisjes spelen in de schaduw onder een boom waar oma in haar stoel zit te kijken naar kinderen en voorbijgangers. Ik koop een grote fles gekoeld water, het water uit de kraan van de Jeugdherberg smaakt toch wel heel erg naar chloor. Ook na dit dorp loop ik weer lange tijd door een lege rivierbedding.Hij is breed, heel breed. Er rijden hier regelmatig auto’s door kan ik aan de sporen zien. Op de oever groeien citrusvruchten, granaatappels en olijven. Er zijn veel plastic kassen te zien waarin de groenten en het fruit groeien dat wij in onze supermarkten kopen. Ik zie parkieten vliegen, sprinkhanen wegspringen en een enkele hagedis wegschieten. En dan zie ik in het droge zand iets groens lopen. Wanneer ik beter kijk blijkt het een echte kameleon te zijn. Hij is of kleurenblind of doof want hij valt nogal op in deze omgeving. Ik pak mijn telefoon om een foto te maken maar hoe ik ook draai en waar ik ook sta de kameleon ziet me met zijn wendbare ogen overal en loopt telkens bij me vandaan. Mooie ervaring!Rond 14:30 uur kom ik aan in het dorp van de pelgrimsherberg: Rioja. De donativo herberg staat goed aangegeven en met de code die ik per WhatsApp heb gekregen krijg ik toegang tot een mooie ruimte. Er zijn twee slaapkamers, een douche/wc en een zitkamertje met bank en flink gevuld boekenrek. In een hoekje staat nog een magnetron. Ik neus wat rond en vind een blaadje met daarop wat adressen van restaurants/barretjes. Eén ervan is maar open op zondag dus ik sluit de boel weer af en ga op zoek naar een hapje en een drankje. Ik kom terecht in een echte tapasbar. Maar mensen wat een herrie en wat een troep. Lekker eten, dat dan weer wel. De tv’s staan aan en iedere tafel is gevuld met hele families. Er worden bestellingen geschreeuwd, van achter de bar en door het café. De grond ligt bezaait met vieze servetjes. De tafeltjes staan vol met lege flesjes, glazen en opgestapelde borden met etensresten. Er zijn 3 mensen continu aan het bakken en frituren in de open keuken, 2 mensen die frisdrank, bier en wijn schenken en 2 die de billen onder hun kont lopen om alles bij de tafels te krijgen. Maar ook aan de bar zijn alle krukken gevuld met etende en socialiserende mensen. Ik zie weinig telefoons. Als ik mijn hamburgertje met frietjes en mijn gefrituurde inktvis heb weggespoelde met 2 biertjes loop ik terug naar “mijn huisje” en neem een heerlijke douche. Nu zit ik buiten op het stoepje en kijk naar de jeugd die zich hier verzameld om te voetballen, volleyballen of om zomaar wat te hangen. Het schemert al dus het is bijna bedtijd.